Interview Benny Lindelauf

‘In de kern zijn we allemaal kinderen over de datum’

Tekst: Marc Knip | Foto’s: Guido Bosua

Benny Lindelauf (Sittard, 1964) las als kind alles wat los en vast zat. En als hij niet las, luisterde hij ademloos naar de verhalen die zijn oma vertelde. Het stond al met al in de sterren geschreven dat hij schrijver zou worden, maar hij wist dat nog een jaar of dertig uit te stellen. Toen was het hek ook van de dam en inmiddels won hij met zijn jeugdboeken, die ook door volwassenen verslonden worden, bijna alle denkbare prijzen. Begin dit jaar verscheen zijn eerste roman voor volwassenen, Het licht tussen onze vingers. Het verhaal begint met de omgekeerd in een boom hangende rijinstructeur Walter Bronoet. Welkom in het universum van Benny Lindelauf.

Je eerste roman voor volwassenen. Hoe is dat zo gekomen?
‘Het was geen bewuste stap. De oorsprong ligt in een radiodocumentaire die ik hoorde, over een gezin waarvan de zoon vermist raakt tijdens de wintersport. Tien jaar later wordt de jongen teruggevonden, perfect geconserveerd in ijs. De ouders zijn tien jaar ouder geworden, hun zoon is dertien gebleven. Ik vond het een intrigerend, luguber gegeven, maar ook poëtisch. Het is niet letterlijk zo in het boek gekomen, maar wel als thema: als er een geliefde vermist wordt, hoe ga je daarmee om? Bij het bedenken uit welk perspectief ik het verhaal zou gaan schrijven, kwam ik uit bij de vader. Toen wist ik: dit moet een roman voor volwassenen worden. Ik had het nog nooit gedaan en was nieuwsgierig: wat betekent het om voor volwassenen te schrijven?’

En? Wat kwam je tegen?
‘Voorheen schreef ik mijn verhalen altijd gewoon op en vertrouwde erop dat ze hun weg naar de lezers zouden vinden. Het licht tussen onze vingers is de eerste roman die ik voor een specifieke doelgroep schreef. Dat bleek meteen mijn valkuil. Ik had veel last van de mythe van ‘de roman voor volwassenen’, dat vertekende beeld van wat literatuur moet zijn: er moet seks in, en drugs en rock-‘n-roll, je moet laten merken dat je een intellectueel bent. De schrijver staat daarbij ook vaak op de voorgrond, waar ik niet zo van hou. Al die onzinnige gedachten zaten me in de weg. Als ik een boek schrijf voor kinderen, denk ik ook niet meteen dat er een kabouter in moet. Snap je? Uiteindelijk heb ik twaalf jaar aan de roman gewerkt voor ik een redacteur inschakelde. Dat had ik veel eerder moeten doen.’

Wat is voor jou het belangrijkste thema van je boek?
‘Dat het leven eigenlijk altijd in beweging is. Als jij dingen probeert te verstoppen of weg te houden, dan is het leven er heel goed in om jou dat op allerlei manieren te laten merken. Ik zou het fijn vinden als je in dit boek zowel de lichtheid als de tragiek voelt. Het verhaal heeft niet per se een happy end, het thema is te groot voor een zoet einde. Maar er is uiteindelijk beweging, Walter vindt zichzelf terug en begint met het verwerken van zijn verdriet. Ik hoop dat mensen, zeker jongvolwassenen, die behoorlijk kunnen worstelen met het leven, dat voelen na het lezen: dat het leven altijd weer ergens naartoe voert, dat je nieuwe richtingen kunt vinden, nieuwe perspectieven.’

Heb je het gevoel dat lezen daarbij kan helpen?
‘Absoluut. Het is natuurlijk belangrijk dat je het juiste boek kiest. Ik hou van boeken die het leven ten volle aangaan, maar verhalen zonder lichtheid of hoop vind ik heel lastig. Ik vind het leven al ingewikkeld genoeg. En dan kan het zeker zo zijn dat een personage, of zelfs een zin, mij hoop en troost kan bieden. Eigenlijk zegt zo’n boek dan: ik zie jou, ik zie je voor wie je bent, ik herken je.’

Waarom ben je in eerste instantie jeugdboeken gaan schrijven?
‘In het begin schreef ik van alles, maar wat ik voor volwassenen schreef, kreeg op de een of andere manier geen bodem. Ik wist niet goed wat ik ermee wilde. Schrijven voor kinderen stond dichter bij me. Mijn kindertijd is een periode die nog dicht bij me staat, of in de woorden van Annie M.G. Schmidt: “ik ben altijd acht gebleven”. In de kern zijn we uiteindelijk allemaal kinderen over de datum. Voor mij is het in ieder geval niet moeilijk om me in te leven in hoe het is om kind te zijn in een bepaalde situatie.’

Veel van je jeugdboeken laten zich door hun gelaagdheid ook goed lezen door volwassenen.
‘Ja, blijkbaar. Ik schrijf in ieder geval altijd over iets dat mij interesseert of aangaat. De vrouw en zijn hoofd is bijvoorbeeld uitgegeven als jeugdboek, maar ik schreef het verhaal oorspronkelijk als speech, toen mijn schoonvader was overleden. Dat was de oerversie van het uiteindelijke boek, dat is geschreven in een geconcentreerde taal, zonder moeilijke woorden, maar wel met duidelijke ideeën erachter. Jonge mensen, zeker kinderen, gaan aan de haal met die fantasielijn, met het idee van een vrouw die met een hoofd thuiskomt, dat vinden ze grappig. Volwassenen pakken een andere laag, die van verlies en acceptatie.’

Is er een moment in je leven aan te wijzen waarop je wist, ik word schrijver?
‘Ik herinner me dat we in de eerste klas van de basisschool een verhaaltje moesten schrijven en vervolgens voorlezen. Op het moment dat ik voorlas, kwam er een juf van een andere klas binnen om iets op te halen. Ze bleef staan en luisterde. Ik registreerde dat als belangstelling voor wat ik geschreven had. Het was de eerste keer dat ik voelde dat je met woorden iemands aandacht kunt krijgen. Op de middelbare school had ik wel fantasieën over het maken van verhalen en die dan in de winkel zien liggen, maar een definitieve beslissing, als je het zo mag noemen, kwam op mijn dertigste. Ik danste en speelde in jeugdtheatervoorstellingen, maar moest daarmee stoppen vanwege het chronisch vermoeidheidssyndroom. Toen dacht ik, als dit niet meer gaat, dan is het wellicht tijd om te gaan schrijven. Ik heb vier jaar lessen gevolgd in Amsterdam en op een avond, op weg naar huis – ik woonde toen in Den Bosch – wist ik ineens: dit is waarom ik op deze wereld ben. Vanaf dat moment noemde ik mezelf schrijver, terwijl ik nog geen boek had gepubliceerd. Best bijzonder, want ik heb collega’s die zichzelf nog steeds geen schrijver durven noemen, terwijl ze al twee romans hebben uitgebracht. Ik zeg het ook tegen mijn studenten: je bént al schrijver. Een boek maken is je doel, maar in je wezen ben je al schrijver.’

Heeft het schrijven je geholpen met de thema’s in je leven?
‘Zeker. Voor mij is schrijven grip krijgen. Tussen mijn twaalfde en mijn vijfentwintigste hield ik dagboeken bij. Ik heb ze nog steeds. Door onder woorden te brengen wat er in mijn leven gebeurde, alledaagse zaken die elke puber meemaakt, gaf ik lucht, of liever gezegd zuurstof aan de dromen, twijfels en angsten die ik had. Later, toen mijn verhalen en boeken de plaats innamen van die dagboeken, bleek dat grip krijgen op het leven nog steeds een belangrijke motivatie om te schrijven is. Ik heb lang gezocht naar wie ik was, wat mijn kern is. Ik heb een opleiding tot welzijnswerker afgerond. Daarna volgde ik aan de theaterschool in Amsterdam de opleiding docent dansexpressie. Vervolgens speelde en danste ik in verschillende voorstellingen, maar steeds was er een onrust: wil ik dit écht wel? Uiteindelijk blijk ik een verhalenmaker te zijn. Geef me drie woorden, vraag me er een verhaal van te maken en ik ben los. Het is fijn om te weten wie ik ben. Het geeft rust.’

Benny Lindelauf
Het licht tussen onze vingers
Querido, 2026

Wat als je koersvaste leven ineens onbestuurbaar blijkt? De 55-jarige rijinstructeur Walter Bronoet lijkt zijn leven weer enigszins op de rit te hebben, vijf jaar na de vermissing van zijn zoon Toop. Tot hij op een dag bijna een ongeluk veroorzaakt door een opspelend spastisch been en vervolgens in een stroom bizarre gebeurtenissen terechtkomt.

Leestips Benny Lindelauf

John E. Sarno – De mind-body connectie

‘Dertig jaar geleden veranderde mijn leven drastisch. Ik kreeg de diagnose M.E., tegenwoordig ook bekend als CVS, het chronisch vermoeidheidssyndroom. Ik was voortdurend uitgeput en probeerde jarenlang om ervan af te komen. Vergeefs. Toen las ik dit boek. En genas. Voor iedereen met chronische, medische klachten, waar de huidige medische wetenschap (nog) geen raad mee weet.’

Sarah Winman – Toen God een konijn was

‘Ik hou erg van boeken waarin tragiek en lichtheid moeiteloos met elkaar versmelten. Dit is zo’n boek. Over de onverbrekelijke band tussen een zus en broer. Verder weet Winman prachtige personages te creëren, die zo van de pagina recht je hart binnenspringen. Vergelijkbaar met het vroege werk van John Irving.’

Martine Bijl – Rinkeldekink

‘Martine Bijl kreeg in 2015 een ernstige hersenbloeding, waarna ze vrijwel alles opnieuw moest leren. In handen van een minder begaafde auteur had zoiets al gauw een larmoyante draak kunnen worden. Maar niet bij Bijl. Haar taalvermogen en messcherpe observaties bleven onaangetast. Het is wrang, bloedeerlijk, pijnlijk, soms onthutsend, maar ook op een grimmige manier ongelofelijk grappig.’

Inhoud

1

Redactioneel: Groeien in een netwerk

Momenteel is Leeuwarden een vaste waarde binnen het wereldwijde netwerk van Cities of Literature. We doen samen met schrijvers en…

2

Op reis mei de reade skries

‘Ik bin in famke fan de greide, ik bin grut wurden mei ljippen en skriezen. It like my hiel nijsgjirrich…

3

Dubbelinterview met twee schrijfsters

Een schilderij als tijdmachine en een muurschildering met een verhaal. LETTER spreekt met Anne-Goaitske Breteler (1996) uit Moddergat en Lida…

4

Bepalende kinderboeken

Waarom volwassenen (weer) kinderboeken moeten lezen Kinder- en jeugdliteratuur wordt nog vaak behandeld als een opstapje naar het ‘echte’ lezen.…

5

Vier portretten over je ontwikkelen

Een leven lang spelen Waar begin je als schrijver, en wanneer ben je eigenlijk ‘klaar’? Kun je nog groeien in…

6

Strip

Illustrator: Julia van der Bos

7

Interview Benny Lindelauf

‘In de kern zijn we allemaal kinderen over de datum’ Tekst: Marc Knip | Foto’s: Guido Bosua Benny Lindelauf (Sittard,…

8

Essay: Een verzameling leeftijden

Bij het opruimen van een kastje kom ik een brochure uit 2021 tegen van een opleidingsinstituut met de titel: ‘Waar…

9

Tegen de stroom in

Niets is menselijker dan erbij willen horen. Binnen een groep vallen voelt veilig. Ook veel jongeren van nu zoeken houvast…

10

Kort verhaal: Klappen krijgen

Zack wist niet beter of de zee was er. Net als de havenarm met aan het einde de replica van…

11

Fijne leescafés

Tijd voor een leesdate Het is weer zomer! En wat is er nou beter voor je vakantiegevoel dan lezen op…

12

Vijf generaties dichters

Van een web van verwachting tot de coolste leeftijd Al wordt door jonge mensen de halve mensheid uitgemaakt voor ‘boomer’,…