Tekst: Tryntsje van der Steege | Foto: Corné Koopmans
Melbourne ligt in het uiterste zuiden van Australië en organiseert, vanwege de grote afstand tot de meeste andere literatuursteden in het UNESCO-netwerk, veel vaker online projecten. Reizen voor fysieke residenties zijn kostbaar, tijdrovend en niet erg duurzaam. Door de uitwisseling digitaal te organiseren is het toch mogelijk voor schrijvers van over de hele wereld om elkaar te ontmoeten en hun werk en ervaringen te delen.
In het geval van De vlucht van de Rosse Grutto ontmoeten de deelnemers elkaar elke twee weken op woensdagochtend – woensdagavond voor de Australische schrijvers – in een virtual writers’ room, een online bijeenkomst onder leiding van dichter en toneelschrijver Emilie Collyer. Centraal staat de migratie van de rosse grutto (reade skries of heawylp in het Frysk, bar-tailed godwit in het Engels) die jaarlijks heen en weer trekt tussen overwinteringsplaatsen op het zuidelijk halfrond, en het noordpoolgebied waar de vogel broedt en haar jongen grootbrengt. De rosse grutto is een echte wadvogel en verblijft graag in de Waddenzee, maar ook in wadgebieden in West-Afrika, Zuidoost Azië, Australië en Nieuw-Zeeland. Het is goed te begrijpen dat collega David Ryding van CoL Melbourne deze marathon-trekvogel als symbool voor verbinding en doorzettingsvermogen zag en er dit project omheen bedacht.
Extraordinary journey
De vlucht van de rosse grutto spreekt tot de verbeelding: de enorme afstanden die de vogel kan afleggen, de verscheidenheid aan landen en landschappen waar ze overheen reist, de uitersten die ze zoekt. ‘I love the project’s unique focus on a bird I knew little about. I especially love the creativity of the project, that we as poets would mimic the extraordinary journey of the bar-tailed godwit itself,’ vindt Jacqui Hodder.
Want dat is de opdracht aan de deelnemende schrijvers: elke twee weken mag een andere dichter een volgende etappe beschrijven, zodat aan het eind van het project de afstand tussen Melbourne en Leeuwarden met literatuur is overbrugd. De dichters weten van te voren niet wanneer ze aan de beurt zijn, en zelfs niet wie de volgende bijeenkomst een gedicht presenteert. Wel weten ze waar ze naartoe werken – een meertalig kettinggedicht, waarin de lange reis van de rosse grutto poëtisch is verbeeld. Myrte Marije Veenbaas vertelt daarover: ‘It bouwen fan in kettinggedicht soarget derfoar dat we stadichoan tichter byinoar kommen. Dy foarm is wol frij – guon dichters hâlde har net echt oan de rûte, mar ik fyn dat wol it moaist, dan ha ik it gefoel dat we echt mei elkoar reizgje.’
Half mei mocht Sylke Kingma aan de slag met ‘haar’ etappe van India naar Irak – voor LETTER deelde ze een fragment uit haar gedicht ‘bodhi svaha’:
tawijing is de wyn dy’t my driuwt
ûnder myn wjukken fan djipread
ferkleure troch ierde en sinne
bedreaun yn loftlêzen en God wit
wêr’t ik thúskomme sil
yntergenerasjonele oerdracht
is myn betrouber kompas
heit fertelde my ea dat minsken
gewoan dôve bisten binne
dy’t de wyn net mear hearre
Persoonlijke ervaringen
Veel van de dichters voelen zich persoonlijk verbonden, met het thema van migratie en met de rosse grutto. ‘Ik haw in swak foar de reade skries,’ vertelt Myrte, ‘omdat ik in soad eigenskippen fan dizze fûgel yn mysels werken.’ Behalve de gemaakte gedichten worden er ook veel andere schrijverszaken en levensvragen besproken in de writers’ room – het blijft tenslotte een uitwisseling. De dichters vertellen dat ze veel van elkaar leren, over elkaars schrijfproces en werkwijze, over inspiratiebronnen en nieuwe dichters. Zoals Sam Morley het verwoordt: ‘I have been getting a shared sense of being a poet – the practice of it, the challenges of it too. I like the way we have all got the ‘vibe’ of what leads us … which is the poetry and the bird.’
De sfeer in de zoommeetings wordt omschreven als ‘iepen en freonlik’, ‘feilich’, ‘welcoming’ en ‘respectful’. De voertaal is Engels, maar schrijven kan natuurlijk in het Nederlands, Fries, of een andere (streek)taal. Ook dat zorgt voor verdieping en verrijking, merkte Jacqui: ‘One poet presented a poem in both Frisian and English which was a privilege to hear because I knew little to nothing about Fryslân and the Frisian language and culture.’ En natuurlijk is die interesse in elkaars cultuur wederzijds. Tamara: ‘Australië sprekt ta myn ferbylding, ek om de oarspronklike bewenners mei harren eigen taal en de bân mei de natuer. Ik fiel my as Fries tige ferwant.’
Niet alleen de deelnemers zijn enthousiast en geïnspireerd, zelfs de Nederlandse ambassade in Australië hoorde over dit project en is geïnteresseerd in het vervolg. In de loop van juli wordt de laatste etappe van de reis en het kettinggedicht geschreven, en komt De vlucht van de Rosse Grutto tot een eind. Voorlopig dan, want de dichters staan te popelen om met hun werk de wereld in te trekken.