Tekst: Myrte Marije Veenbaas
Dat deze brochure het al die jaren in mijn kast overleefd heeft, herinnert mij aan mijn eigen sterk veranderde houding ten opzichte van groei. Ik denk terug aan een kaart die een zeven jaar oudere goede vriendin mij een paar weken geleden stuurde: ‘Myrte, wat ben jij gegroeid de afgelopen tijd. De laatste keer dat we elkaar zagen bleef mijn zorgzame oudere zus-alarm stil’, voor het eerst in de 22 jaar dat we elkaar kennen.
Ze refereert hier aan het afgelopen halfjaar: een periode van diepe rouw. Mijn moeder overleed begin oktober 2025, na een ziektebed van slechts een maand.
Ik zie mezelf nog de trein in stappen in september 2025 – enkele reis Friese platteland naar het Erasmus Ziekenhuis Rotterdam. Mijn schrijftijd in het arkje van Rink van der Velde zou ik niet afmaken, na dat verschrikkelijke telefoontje. Ik gooide mijn fiets in de trein tegen drie andere fietsen aan.
‘Er mogen maximaal drie fietsen mee’, zei de conducteur.
‘Mijn moeder heeft uitgezaaide kanker en ik moet erheen,’ snauwde ik.
Ik wilde mijn middelvinger opsteken naar iedereen die me in de weg stond, als een puber van vijftien.
In de maanden daarna begon ik mezelf steeds vaker te zien als een verzameling leeftijden.
De avond na mijn moeders overlijden lag ik in foetushouding op mijn bed, mijn ex naast me. Een halfjaar na onze turbulente relatiebreuk besloot hij alles opzij te zetten om me te ondersteunen. Hij wist dat hij niet van mijn zijde mocht wijken, nu ik teruggekeerd was naar een prenatale fase.
De weken ervoor had ik meerdere malen op de grond gestampt dat ik ook niet meer wilde leven. Als een vijfjarig kind, radeloos zonder haar moeder.
Maar er was meer. ‘Wat er ook gebeurt, ik kan dit dragen. Ik ben volwassen, mama,’ had ik gezegd toen mijn moeder zei dat ze te vroeg ging voor mij. Ik hield haar magere hand vast. Het was voor het eerst dat ik, de 40 naderend, me écht een volwassen vrouw voelde. Dat gevoel zou blijven.
Ik loop naar de brede sloot achter mijn ouderlijk huis. Ik voerde daar de eendjes met mama, ’s winters schaatste ik eroverheen met klasgenootjes wanneer we ijsvrij hadden.
Ik lig op mijn buik in het gras. In het donkere water zie ik mezelf, schuddend en golvend. Ik reik naar haar uit. Zo zou ik de foto van de brochure graag zien:
Ik pak haar hand, zij de mijne.
Over Myrte Marije Veenbaas
Myrte Marije Veenbaas (1986) is dichter, schrijver en eindredacteur van Ensafh, waarvoor ze ook geregeld publiceert. Ze debuteerde in 2024 met onder andere gedichten over (intergenerationeel) trauma en familiegeschiedenis. In 2025 won ze de Gjalp met een gedicht over haar opa. In het najaar van 2025 verloor zij haar moeder na het ziektebed van slechts een maand. Hierna kreeg ze een vaste rubriek in de Moanne over rouw. In haar werk lopen lichaam en landschap, verleden en heden, steeds in elkaar over. Genadeloze eerlijkheid, ongemak en tederheid bestaan naast elkaar. Haar stijl is beeldend, rauw en intiem.