In september 2025 ging de veertiende editie van de Poëziewedstrijd van Stad Oostende van start. Ruim 900 deelnemers uit België, Nederland, Duitsland, Frankrijk, Spanje en Groot‑Brittannië stuurden samen 1.587 gedichten in.

Tijdens de officiële proclamatie in De Grote Post op zaterdag 17 januari 2026 werden de winnaars bekendgemaakt en gehuldigd. De tweede prijs was voor Erik de Boer, gemeentedichter van Smallingerland, met het gedicht Cementmolens.

CEMENTMOLENS

Er rijden hele kleine cementmolens.
Ik zou graag wat moois zeggen.
Ik zou graag postzegels op uw ogen willen plakken.
Is het vreemd dat mij dat niet lukt?
Nee, dat denk ik niet.
Ik denk hele andere dingen.
De kleine cementmolens hebben het druk.
Ik wil niet.
Ik zou niet willen.
Ik zou de tijd nemen.
Even maar en ergens neerleggen.
Als je nou, al was het maar heel stil, even telt hoe veel kleine cementmolens er rijden.
Zou het wat uit maken.
Zou het een bepaalde waarde hebben.
Fundamenten en heipalen bestaan ook alleen maar uit uitgedroogde brei.
Alles moet vol en dichtgesmeerd.
Iedereen moet weg en buitengesloten.
Overal moet logica en duidelijkheid.
Altijd.
Maar de kleine cementmolens rijden;
Het zijn er 8964133.

Over Erik de Boer

Erik de Boer (Drachten, 1991) is een dadaïstisch beeldend kunstenaar, theatermaker én dichter, met wortels in Drachten, waar hij woont, werkt en als gemeentedichter optreedt. Zijn werk gaat over maatschappelijke thema’s zoals milieu, macht, hebzucht en consumptiedrift, maar ook persoonlijke verhalen vinden hun weg in zijn creaties. De rode draad door zijn oeuvre is het ‘vriendelijk vervreemdende’.


Foto: Benny Roose