‘Zijn boeken gaan diep en voelen licht, ze zijn actueel en hebben een universele kracht.’ De jury van de Theo Thijssen-prijs was zonder meer lovend over de winnaar van de driejaarlijkse oeuvreprijs die in 2022 ten deel viel aan Daan Remmerts de Vries.
Tekst: Radboud Droog | Foto: Sebastian Steveniers | Illustraties: Daan Remmerts de Vries
Kinderen en volwassenen; zijn pen sluit niemand uit. Een literair oeuvre dat tot volle wasdom is gekomen; gerijpt, maar bij lange na niet uitgebloeid. Want Daan Remmerts de Vries is niet uitgeschreven. 61 jaar jong en elke dag in zijn schrijfkeuken. Een zelfopgelegd regime dat hem van tien uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds achter het toetsenbord van zijn Mac houdt. En dan naar huis. Een wandeling van een paar minuten door het hart van de Amsterdamse Jordaan. Terug naar het kleine appartement dat hij met zijn vriendin en hun dochter bewoont.
Doorbraak
Godje betekende in 2002 zijn doorbraak. Het leverde hem zijn eerste grote prijs op, een Gouden Griffel. Met – en vermoedelijk vooral dankzij – een hoofdpersonage dat daarna een kenmerkende Daan Remmerts de Vries-figuur zou worden: een atypische protagonist met eigenschappen die je aanvankelijk op het verkeerde been zetten. Robbie Nathan uit Godje is een rotzak die de lezer ondanks zijn streken voor zich wint. You love to hate him, zeggen de Engelsen. De jury van de Theo Thijssenprijs over deze insteek: ‘Daan Remmerts geeft het andere kind de ruimte.’ En zo gaat het ook met de andere karakters uit zijn boeken. Ze wijken vaak af: een mislukte prins, een domme vos, een bange beer. Zijn boeken vallen in de smaak. De in Leeuwarden geboren schrijver rijgt de prijzen aaneen. Twee Gouden Griffels, vijf Zilveren Griffels, een Gouden Lijst, vier Vlag en Wimpels en de eerdergenoemde Theo Thijssenprijs vullen voorlopig zijn vitrine. Dan zijn de talloze nominaties niet eens genoemd. Remmerts de Vries’ boeken worden ver voorbij de Europese grenzen gelezen en zijn zelfs vertaald in het Chinees, Koreaans en Arabisch.
Kennis
Journalist Joukje Akveld stelde dat zijn schrijfdrift voorkomt uit: ‘Gezien worden, niet onopgemerkt blijven.’ En dat lukt Remmerts de Vries vooralsnog heel behoorlijk. Zijn nieuwsgierige kijk op de dagelijkse gang van zaken, gekoppeld aan zijn indrukwekkende kennis van de natuur en zijn vroegere reisdrang zorgen ervoor dat de verhalen niet opdrogen.

Waar kwam die fascinatie voor de natuur vandaan?
‘In Amstelveen, waar ik opgroeide, glipte ik als driejarige soms bij een lagere school naar binnen om naar het grote aquarium te kijken. Daarvoor was ik op mijn driewieler uit onze tuin ontsnapt en, niet geheel ongevaarlijk, twee straten overgestoken. Later spendeerde ik een groot deel van de schoolvakanties aan de randen van het Bergumermeer, vlak bij het buitenverblijf van mijn ouders. Ik spotte hier verschillende keren een otter, toen veel zeldzamer dan nu. Deze ervaringen en de reizen die grotendeels in het teken stonden van de dieren, zitten in mijn hoofd en komen er op gezette tijden uit.’
Denk je nog wel eens terug aan je jeugd in Friesland, op avontuur bij het Bergumermeer?
‘Oh ja. En nu ik ouder word steeds vaker, merk ik.’
Je reist niet meer zo veel als vroeger.
‘Dat klopt. Ik heb eerst gereisd en ben daarna gaan werken. Dat is voor een schrijver de juiste volgorde, denk ik.’
Waar gingen je reizen zoal naar toe?
‘Ik noem een paar landen. Newfoundland in Canada, om naar walvissen te kijken. Op de Shetlandeilanden zag ik prachtige boomloze natuur. In Noorwegen bestudeerde ik muskusossen. India heb ik vier keer bezocht. Een paar maal met mijn moeder en een keer kort na de middelbare school. Met mijn vriend Sameer. Op zoek naar tijgers. Onlangs zijn we als gezin naar de Pyreneeën geweest. Hebben we in een schuilhut naar gieren gekeken. Die worden daar namelijk bijgevoerd. Een prachtige ervaring. De gieren zagen ons niet, want wij zaten achter een verduisterend raam.’
‘Als ik er niet meer ben, voer me dan maar aan de gieren’
De dieren, zoals de gieren, komen terug in je verhalen.
‘Vaak ja. Sympathieke vogels. Als ik dood ben, mag men mijn lijk aan de gieren voeren. Die zijn er vast blij mee.’
Werkt het zo, dat jij eerst het dier zoekt en dan pas het land?
‘Eerlijk gezegd wel. Tijdens vakanties vermijd ik mensen. Dat is eigenlijk altijd zo geweest.’
Al vanaf het moment dat jij aan het strunen was bij het Bergumermeer…
‘Zeker. Strunen! Alle vogels waren er toen ook nog. Vogels die nu zeldzaam zijn geworden, de blauwe kiekendief, de kemphaan, de roerdomp. Volgens mij is er nog maar een derde van de Nederlandse vogelpopulatie over. Daar maak ik me wel zorgen over.’
Hoe is de liefde voor vogels ontstaan?
‘Op een dag liep ik in het park in Amstelveen en vanaf dat moment ben ik ze gaan tekenen en over ze gaan lezen. Dat was vrijwel meteen volkomen logisch voor me. En al gauw wist ik er meer over dan mijn ouders. Nee mama, dat is geen buizerd. Dat is een wespendief.’
Zou je, als je het in deze tijd allemaal over mocht doen, weer zo doen?
‘Schrijven is wel wat moeilijker geworden, lijkt me. Het is lastiger om bij een uitgever binnen te komen. Ze zijn voorzichtiger en geven minder snel boeken uit.’
Omdat er minder wordt gelezen?
‘Dat heeft er zeker mee te maken. Vroeger werd er gewoonweg meer aan verdiend. Toen bestond de eerste uitgave uit 4 tot 5 duizend boeken. Dat zijn er nu veel minder, 1,5 tot 2 duizend. En het is bovendien maar de vraag of de eerste druk volledig verkocht wordt.’
Waarom lezen we niet meer zo veel?
‘Omdat er telefoons zijn gekomen. We lezen wel, maar het zijn vooral artikelen en korte nieuwsberichten, allemaal vanaf dat schermpje. Misschien is mijn generatie wel de laatste die van het schrijven kan leven. Het internet heeft veel kapotgemaakt, vind ik.’
Heeft het onderdeel begrijpend lezen er misschien ook iets mee te maken?
‘Nou, hier maak je een terecht punt. Dat begrijpend lezen vind ik om te schieten! Mijn dochter moet dingen leren die ik zelf niet kan. Ik kan bijvoorbeeld niet ontleden, maar is dat erg? Nee. En ik hoef ook niet te weten wat signaalwoorden zijn. Dat onderdeel haalt elke lol uit het lezen. En dat zal iedere schrijver beamen. Begin de schooldag liever met drie kwartier lezen. Gewoon lezen, in de klas, dat zou veel beter zijn.’
Welke schrijver lees jij zelf graag?
‘Er is een schrijver van wie ik al zijn werk fantastisch vind. Daniel Kehlmann. Het Meten van de Wereld vind ik een geweldig boek. Maar ook Roem is behoorlijk briljant en geestig geschreven. Alles van Sjoerd Kuyper vind ik ook ontzettend goed. Ted van Lieshout en Joukje Akveld, ook volledig schitterend.’
Heb jij nog dromen?
‘Naarmate je ouder wordt, leef je meer op je herinneringen dan op je dromen. Logisch, omdat het deel dat je nog gaat afleggen langzamerhand wordt ingekort.’
Je wilde ooit muzikant worden. Geen droom meer over een verlate carrière als popzanger?
‘Nee. Paolo Conte is voor zover ik weet de enige die op late leeftijd wist door te breken als zanger.’
Maar in een droom kan alles.
‘In dat geval zou ik ergens in een stil gebied alleen maar willen schilderen.’